Welkom bij Korthals-Griffon Kennel van 't Holtlaand

Een (h)eerlijke jachthond

Puppytesten worden uitgevoerd wanneer de pups nog bij de moederhond zijn. Het doel is het karakter van de pups te bepalen. Op deze leeftijd is de invloed van opvoeding nog minimaal, dus verschillende karaktereigenschappen kunnen goed worden bepaald. Wanneer een nieuwe eigenaar een pup kiest (of wanneer de fokker pups toewijst) , is het belangrijk dat hij/zij weet wat voor karakter verwacht kan worden. Hier kan de opvoeding op worden afgestemd. Bovendien is de kans op “mis-matching” (de hond past niet bij de baas) bij geteste pups een heel stuk kleiner dan wanneer de pups niet zijn getest.

Ook ervaren fokkers hebben baat bij deze testen. Het rapport wat wordt opgemaakt geeft aan de nieuwe eigenaren een indicatie van het te verwachten karakter. Veel fokkers kunnen het karakter ook wel in meerdere of mindere mate voorspellen, maar vinden het lastig om aan nieuwe eigenaren uit te leggen waarvoor men beter voor een andere pup kan kiezen dan de favoriete...


De test

De pups dienen te worden getest op een leeftijd van ongeveer 7 weken. De pups worden door een voor hun vreemd persoon getest, (in ons geval een gedragstherapeute Anneke van der Schouw) in een voor de pups nieuwe ruimte. Tijdens de testen zijn er geen andere honden dan de te testen pup aanwezig.

 De meest gebruikte tests zijn:

1.   mensgerichtheid

2.   will to please, werkvermogen

3.   dominantieverhouding met mensen

4.   schrik en herstelvermogen

5.  mate van zelfstandigheid

6.  hoe reageert de pup op onverwachte gebeurtenissen 

1.

Om de mensgerichtheid te testen zijn twee proefjes zinvol: bij de eerste proef zet de testpersoon (tp) de pup naast zijn voet neer, loopt enkele passen weg, gaat op de hurken zitten en klapt in de handen. De pup kan nu: weglopen (weinig mensgericht) traag naar de tp komen (redelijk mensgericht) of snel komen (erg mensgericht).

Bij de tweede proef zet de tp de pup op de grond en blijft met de pup praten. De pup is dan natuurlijk meer geneigd te komen en te “volgen”. De pup kan nu: direct vol aandacht meelopen (sterke neiging tot meewerken met baas) , even meelopen en dan de aandacht verliezen (iets moeilijker te trainen) of helemaal niet meelopen (erg onafhankelijke pup, moeilijk te trainen).

2.

Om het werkvermogen te testen, rollen we in het zicht van de pup een balletje weg. De pup kan nu: de aandacht helemaal niet bij de bal houden (weinig prooidrift, dus apporteren leren wordt een moeilijke zaak) , naar de bal lopen (prooidrift, maar moet wel aangemoedigd worden om het brengen te leren), naar de bal lopen en hem in de bek pakken maar hem niet komen brengen (prooidrift, weinig will to please, mogelijk iets dominant) of de bal ophalen en komen brengen ( de makkelijkste honden om te trainen). Variaties zijn natuurlijk mogelijk. Beoordelen naar gevoel. Ook de dagelijkse omgang meenemen in de beoordeling.

Ook de buitdrift kan worden getest, los van het vermogen tot apporteren. Hiervoor wordt een doek gebruikt, die voor de neus van de pup wordt bewogen. De pup kan hiermee gaan spelen, sjorren, erachteraan lopen, willen verscheuren, of het helemaal negeren.

3.

Om te testen of een pup dominant is ten opzichte van mensen, beurt de tp hem onder zijn voorpoten, met beide handen om de borstkas van de pup, iets van de grond en houdt hem in deze positie. De pup kan dit ondergaan of zich heftig verzetten, wat op dominantie wijst.

We kunnen de pup ook op de rug leggen en in deze positie vasthouden. De pup kan zich verzetten of dit ondergaan.

We kunnen de pup ook in zithouding zetten, hem bij de schouders fixeren en beoordelen of de pup dit accepteert of zich gaat verzetten. In overleg met de fokker wordt bepaald welke test de meeste informatie zal opleveren.

4.

Om het herstelvermogen te testen, laten we de pup vrij in de ruimte lopen. De tp gooit een lawaaiveroorzakend voorwerp (paraplu of sleutelbos) op ongeveer 1 meter afstand naast de pup. De tp kijkt of de pup schrikt, hoe snel hij herstelt en of hij eventueel op onderzoek uitgaat. Er zijn zelfs pups die het voorwerp vervolgens aan een bijtbeurt onderwerpen!

5.

We kunnen ook testen of de pup later erg zelfstandig gaat worden, of liever het werk samen met de baas doet.

Er wordt een hekwerkje geplaatst, met daarachter voer. De pup wordt aan de andere kant van het hekje gezet. Nu wordt gekeken of de pup op eigen kracht om het hekje loopt, of niet op dat idee komt. Sommige pups maken een boel lawaai voordat ze om het hekje heen lopen. Andere pups proberen het even maar geven dan de moed op. In dat laatste geval wordt de pup een beetje geholpen en wordt gekeken of een beetje hulp voldoende is om de pup het voer te laten vinden. De meeste pups nemen die hulp gretig aan de hebben dan succes, maar een enkele pup vindt daarna iets anders in de testruimte interessant en kijkt pas na een pauze weer naar het voer.

6.

We kunnen ook testen hoe een pup reageert op onverwachte problemen.

De pup wordt op een kistje gezet. (Uiteraard met daaronder een zachte ondergrond)

Nu wordt gekeken wat de pup doet. Blijft hij zitten? Springt hij eraf? Met een boogje? Of valt hij eraf? En wat doet de pup hierna? Loopt hij naar de testpersoon toe om steun te zoeken, of te begroeten, of toont de pup zich angstig?

Nogmaals: bij al deze testen wordt het karakter van de pups vergeleken met zijn nestgenoten. Vergelijken van pups met pups uit andere nesten kan niet goed. Want: de omstandigheden waaronder de test wordt uitgevoerd zijn bij ieder nest anders: de testruimte, het tijdstip van de dag, de temperatuur waaronder de test wordt uitgevoerd, de precieze leeftijd. Allemaal factoren die het lastig maken om naar verschillen of overeenkomsten te zoeken met pups uit andere nesten.

Prijzen

  • 20 euro per pup
  • Kleine nesten (4 pups of minder) 80 euro

Nieuwsgierig?

Bij ons nest van 15 december 2015 hebben we de puppytest gefilmd. Om een korte impressie te geven van hoe een puppytest verloopt, hebben wij dit filmpje op youtube gezet. U kunt op het youtubelogo klikken om naar het filmpje te gaan.